Ko-Kalf EKO boerderijen op de Veluwe

Wie zijn wij?

Ko-Kalf is een boer die principieel een stukje vlees op de markt brengt van absolute topklasse. Om dit te bereiken wordt een veestapel gehouden van het ras Blonde d'Aquitaine. Dit is een ras dat vlees levert van uitzonderlijke kwaliteit. Het is vet- en cholesterolarm. Alle dieren worden gehouden volgens de biologische veeteeltprincipes. Dier- en milieuvriendelijkheid staan erg hoog aangeschreven. Wij zijn een zogenaamd “gesloten bedrijf”; dit houdt in dat wij geen dieren aankopen, maar dat de groei van de veestapel geheel binnen het bedrijf plaatsvindt. Wel wordt, om inteelt te voorkomen, af en toe een nieuwe fokstier gekocht. Al ons vee staat ingeschreven bij het stamboek. 

U bent wat u eet

Dat geldt niet alleen voor ons mensen, maar ook voor de dieren. Zoals u hebt kunnen lezen, werken wij er iedere dag aan om topkwaliteit te leveren. Wij kunnen van ieder dier precies vertellen waar en hoe het is opgegroeid. Vanwege de zorgvuldige registratie en identificatie is goede controle mogelijk. Wij willen u hierbij graag uitnodigen om dit vlees eens te proberen. U loopt dan wel het risico dat u nooit meer anders wilt, maar dat is dan ook juist onze bedoeling. 

De dieren

In de stal en op het land lopen koeien van het ras Blonde d`Aquitaine. Dit ras staat bekend om de fijnheid en de kwaliteit van het vlees. Het zijn grote dieren die gemiddeld zo’n 200 kg zwaarder zijn dan de ons bekende Hollandse zwartbonte koeien. Bij elke groep koeien loopt een eigen stier die zich dan ook echt een “heer en meester” toont in de kudde. Zomers in de weide is hij steeds op zijn hoede en aan het einde van het seizoen is hij dan ook duidelijk afgevallen wegens werkzaamheden. ’s Winters kan hij dan weer op krachten komen. Er wordt bij het fokprogramma ook speciaal gelet op de karaktereigenschappen van de dieren. Met name de stier moet een vriendelijk karakter hebben. Gemiddeld een keer per jaar krijgt de koe een kalfje. Dit kalfje blijft bij de moeder gedurende negen maanden en het is vertederend om te zien hoe de dieren met elkaar omgaan. Omdat de kalfjes bij de eigen moeder onbeperkt melk kunnen drinken, zie je hoe geweldig goed en snel ze groeien. Jonge koeien worden niet eerder gedekt dan dat ze twee jaar zijn en dus goed zijn uitgegroeid. Wegens de groepshuisvesting kunnen de kalveren met elkaar spelen en dat gebeurt dan ook elke dag. 's Winters leven de dieren in de pot- of in de hellingstal met volop frisse lucht. De vogels maken daar ook dankbaar gebruik van: in het voorjaar zijn er vele zwaluwnesten. In onze stal ruikt het altijd fris en de lucht is totaal verschillend vergeleken met die in traditionele stallen. 

Heeft u belangstelling voor een rondleiding op ons bedrijf? Neem dan even telefonisch contact met ons op en vraag naar de mogelijkheden.

Het voedsel

Om een goede penswerking te bewerkstelligen, worden de dieren in de winter gevoerd met kuilgras met heel veel structuur. Deze structuur ontstaat door het gras helemaal te laten uitgroeien tot een lengte van ruim 50 cm met het zaad erin. Dit betekent dat de eerste snee gras gemaaid wordt na 15 juni. Dat heeft vele voordelen. In die eerste snee zit de meeste voeding, de meeste vitaminen en mineralen. Omdat er veel grasstengel en kruiden in zit, moet de pens van de koe volop werk leveren voor het verteren van het voedsel. Daar dit proces langer duurt, worden alle voedingsstoffen beter benut en is de mest ook veel dikker dan de giermest bij melkkoeien. Vergelijk het maar met paardenmest, maar dan beter verteerd. Het maaien van de eerste snee hooi na 15 juni heeft nog een groot voordeel. De weidevogels hebben dan namelijk volop tijd om hun vogelnesten met eieren te laten uitkomen en de jongen groot te brengen. Ook jonge hazen en konijnen hebben in dit hoge gras een veilige plaats. In ieder weiland groeit helaas ook onkruid, zoals smeerwortel en distel. Omdat er geen bestrijdingsmiddelen gebruikt worden, wordt alles handmatig verwijderd. Voor het wild worden de slootkanten en de randen van het weiland niet weggemaaid. De kalveren en de stieren worden bijgevoerd met maïskorrel en gerst. Het meeste hiervan verbouwen wij zelf op biologische wijze, dus zonder kunstmest en zonder bestrijdingsmiddelen. Om goede oogsten te verkrijgen, wordt zogenaamde wisselteelt toegepast. Het water dat de dieren drinken komt uit eigen bronnen. Bij ieder weiland en in de stal behoort een bron. De diepte varieert van 30 tot 60 meter om zo zuiver en helder drinkwater te verkrijgen. In de zomer lopen de dieren op onbespoten grond. Ook wordt er geen kunstmest gebruikt. Als krachtvoer gebruiken wij biologisch geteelde maïs, gerst en luzerne. De maïs en gerst worden plat geslagen in een zogenaamde pletter. Dit omdat het voer dan goed kan worden verteerd. Zodra de pletter aangaat komen de dieren al naar voren in de wetenschap dat zij van dat heerlijke voer krijgen. Voor hen is het zeg maar “een gebakje”. Zij groeien hier geweldig van. 

Gezondheid van de dieren

Wij zijn een zogenaamd “gesloten bedrijf”. Dat betekent dat er geen dieren worden aangekocht, maar dat de groei uitsluitend plaatsvindt via geboorten op onze eigen bedrijven. Wel kan het voorkomen dat wij een fokstier aankopen om inteelt te voorkomen. Er worden geen preventieve maatregelen genomen tegen ziekten via inentingen of mengstoffen in het voer. Ook worden de dieren niet onthoornd, zodat bij het zien van alleen al de kop het imposante karakter naar voren komt. De dieren zijn opgenomen in het stamboek. Het bedrijf neemt deel aan de kwaliteitseisen voor IKB runderen waarbij per dier wordt bijgehouden hoe tijdens de hele levensperiode de gezondheid van het dier is geweest. Alleen in uiterste noodzaak wordt er in overleg met de dierenarts gebruik gemaakt van medicijnen.